A Dieu

Ter gelegenheid van mijn afscheid na 25 jaar predikant te zijn geweest van de wassenaarse Dorpskerk is er in april 2001een boek van mijn hand verschenen; "A Dieu",
bevattende mijn eigen theologie. Dat boek is geheel uitverkocht, maar er is nu een nieuwe uitgave van verschenen. Wat de auteur en het boek betreft staat er op de achterzijde van deze uitgave geschreven:
"Professor Berkhof zei vroeger toen hij nog student was eens tegen hem: Roelof, jij bent een authentiek denker. Hou dat zo". Dit boek is de vrucht van dat authentieke denken. Een zonnige jeugd op Curaçao, een studie theologie aan de Leidse universiteit, een predikantschap bij de Koninklijke Marine en bij het Korps Mariniers, 5 jaar predikant te Leiden en tenslotte 25 jaar predikant in de Wassenaarse Dorpskerk vormen de voedingsbodem waarop deze vrucht is gegroeid en tot rijpheid gekomen. Vooral in zijn Wassenaarse tijd hebben zijn vele bijbelkringen bijgedragen tot dit uiteindelijk resultaat. Daarbij hebben de woestijnreizen van Steenstra en zijn verblijf bij de bedoeïnen verrijkend en verruimend gewerkt op zijn kijk op de wereld van het Oude - en het Nieuwe Testament".
De verkoop van dit boek heb ik in eigen hand. Het is bij mij te bestellen (10 euro per stuk plus verzend-kosten). Na betaling op giro nummer 2473856 t.n.v. ds R.Steenstra, Uhlenbeckkade 13, 2313 EH Leiden, wordt het boek U toegestuurd.


Hoofdstuk uit A Dieu

Geloof

Geloof kenmerkt het christelijk geloof. In geen enkele godsdienst is er sprake van geloof. Daar valt ook niets te geloven, omdat de goden van de godsdiensten in de werkelijkheid om ons heen te zien zijn; je ziet de dood, de oorlog,de liefde, de voorspoed, enz. Wat je bewijsbaar ziet, hoef je niet meer te geloven. Wanneer je aan een moslim vraagt of hij in Allah gelooft, vindt hij dat een vreemde vraag. De aanwezigheid en daarmee het bestaan van Allah zijn voor hem zó zichtbaar en bewijsbaar dat daar geen geloof aan te pas komt. Voor hem is dat vanzelfsprekend. Over de betekenis van het woord 'geloof' bestaat echter een even begrijpelijk als hardnekkig misverstand. Veel mensen menen dat geloven betekent dat je moet aannemen wat je niet kunt bewijzen. Als je het niet kunt bewijzen, moet je het maar geloven. Wanneer je het bestaan van God niet kunt bewijzen - en dat kun je inderdaad niet - dan moet je maar geloven, aannemen dat Hij bestaat. Dat is dan geloven in de zin van 'niet zeker weten'. Op die manier geloven veel mensen dat er iets is of moet zijn, een hogere macht of zo.'Het moet toch allemaal èrgens vandaan komen' Om uit te leggen wat met 'geloven' in het christelijk geloof wordt bedoeld, zal ik dicht bij de denkwereld van de bijbel proberen te blijven. Deze komt veel meer overeen met onze denkwereld dan we zouden verwachten.We ontdekken dan ook dat in het Nederlands een aantal theologische grondbegrippen eenvoudiger en duidelijker bewaard zijn gebleven dan in de theologie zelf. Eén daarvan is het begrip 'geloof'. In het Nederlands heeft 'geloven'dezelfde betekenis als 'vertrouwen'. Wanneer ik zeg: "Ik geloof jou" dan betekent dat: "Ik vertrouw jou". "Ik vertrouw dat wat jij zegt waar is", 'waar' in de zin van betrouwbaar. In de bijbel heeft geloven precies diezelfde betekenis. Je kunt echter alleen maar iemand geloven als je hem kent. Dat is een absolute voorwaarde. Immers hoe beter je iemand kent, hoe beter je weet of wat hij zegt betrouwbaar en dus waar is. "Wanneer jij dat zegt, geloof ik het, want ik ken jou". Op dezelfde manier moeten wij ook in de bijbel het woord 'geloven' vertalen. Het heeft dus niets te maken met het geloof in het al of niet bestaan van God. In die zin komt het binnen het christelijk geloof niet voor. Het gaat daar altijd over het geloof in de zin van vertrouwen op God rn de betrouwbaarheid van God. Het gaat daar om een God die zich juist heeft laten kennen opdat wij Hem zouden vertrouwen, dat wil zeggen: geloven. Voor ons echter is dat kennen van God nu juist een probleem want wij kunnen Hem niet zien. Hoe dat kennen dan in zijn werk gaat, kunnen we alleen in beeldspraak uitdrukken. God heeft gesproken en de bijbel is van dat spreken de neerslag.Door dat te doen, heeft Hij zich laten kennen en in Jezus Christus heeft Hij zich tenslotte helemaal laten kennen. Wij kennen Hem dan ook alleen uit de bijbel en uitsluitend op grond daarvan is Hij te geloven en te vertrouwen. Verrassend is daarbij dat geloven in de bijbel berust op een persoonlijke verhouding tussen God en mens. Het blijkt in de bijbel dan ook te gaan om een persoonlijke God. Maar wat moeten we ons daarbij voorstellen?
(Dan volgt een hoofdstuk over de persoonlijke God).